17 oktober 2010

Voorbereiding

Voor je daadwerkelijk stage gaat lopen in het buitenland is er een heleboel dat geregeld moet worden, te beginnen met kiezen van het land/de stad/de universiteit/het bedrijf waar je stage gaat lopen. Het is een beetje een cliché, maar de checklist van Nuffic en van het International Office van het UMCN en het stappenplan van de RU helpen je al een heel eind op weg.

Je kunt vanuit twee wegen bij een stageplek terecht komen: of je wilt graag een bepaald soort onderzoek/bij een bepaalde onderzoeker werken, of je wilt graag naar een bepaald land/stad. Beide zijn goede uitgangspunten, en het is vaak handig om even met je studieleider te overleggen wanneer je al een idee hebt van wat of waar je stage wilt gaan lopen. Persoonlijk heb ik alleen ervaring met de studieleider van Epidemiologie (dr. Femmy de Vegt) en ik moet zeggen dat zij heel behulpzaam is bij het vinden van een stage. Mocht je ervaringen hebben met een andere studieleider (goed of slecht): laat het me weten via het e-mail adres in de eerste post!

Met dank aan Mariëlle van der Burgt hier ook een 'eigen' BMW-lijstje:

In zijn algemeenheid is belangrijk:
a) wat wil je gaan doen (bijv. klinische epi op het gebied van kanker, of kosteneffectiviteit op het gebied van... etc).
b) waar kun je dat het beste doen (welke instituten/universiteiten/afdelingen houden zich met die onderzoeken bezig)
c) welke landen zou je zelf heen willen
d) wat is het budget.. Sparen is natuurlijk een optie. Je kunt wel bij het universiteitsfonds of bij snuf subsidie aanvragen, dit moet echter wel ver vantevoren. Ook is de Erasmusbeurs sinds een paar jaar beschikbaar voor stages. En daarnaast, als je ver weg gaat, kun je ook allerlei instanties/fondsen/stichtingen aanschrijven die evt je onderzoek wel willen financieren. Ook via de Beursopener zijn veel beurzen/subsidies te vinden.

Ten aanzien van het vinden van stages:
1) Het allermakkelijkst is natuurlijk als je iemand van het UMCN kent, die zich met bepaald onderzoek bezig houdt, en daar adviezen/suggesties aan vraagt, en vraagt of iemand connecties heeft met bepaalde instanties of universiteiten in het buitenland. Denk bijv. bij Epidemiologie aan Bart Kiemeney; deze heeft contacten met o.a. Baltimore.

2) Een andere optie is inhaken op samenwerkingsverbanden binnen het UMCN. Bijvoorbeeld mensen van Public Health, zoals Andre van de Ven, die o.a. in Tanzania en Indonesië onderzoek doen.

3) Zelf doen. Ik heb zelf contact gelegd met het Centre for Health Economics in York (boek van Drummond kent iedereen bij HTA) en daar stage gelopen maar daar was nog geen contact mee. Ook heb ik zelf contact gelegd met de Gezondsheidsraad, en daar stage gelopen. Het is iets bewerkelijker; ik heb bijvoorbeeld een brief gestuurd met aanbevelingsbrief, CV, uitleg van de modules in het Engels en een Engelse folder van de opleiding (te krijgen van de studieadviseur) in het geval van York. Maar het is gelukt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten